30 gram kolanoot, 10 gram cocablad: voorloper van Coca-Cola?

In het archief van het San Marco-klooster in Florence dook een negentiende-eeuws recept op voor een wijnelixer van cocablad en kolanoot — decennia voordat Coca-Cola bestond.

30 gram kolanoot, 10 gram cocablad: voorloper van Coca-Cola?

In het archief van een Florentijns klooster is een vergeeld papiertje opgedoken dat verdacht veel weg heeft van een voorloper van Coca-Cola. Op het briefje staat de samenstelling van een elixir vinoso ricostituente, een versterkend wijnelixer: 30 gram kolanoot, 10 gram Boliviaans cocablad, getrokken in één liter alcohol. Het document stamt uit het midden van de negentiende eeuw.

De vondst is gedaan door pater Manuel Russo, rector van het convent van San Marco in Florence, tijdens opruim- en zoekwerk in het kloosterarchief. Het gaat om een oude advertentie voor het middel. De bijbehorende kloosterapotheek, de Antica Farmacia di San Marco, bestaat volgens de Dominicanen al sinds 1436 en leverde eeuwenlang kruiden, essences en elixers aan de stad.

Wat het verhaal pikant maakt: de Amerikaanse apotheker John Stith Pemberton kwam pas in 1886 met zijn Coca-Cola. Het Toscaanse drankje was er decennia eerder — met vrijwel dezelfde twee hoofdingrediënten. Russo zelf zegt er meteen bij dat er geen enkel bewijs is voor een directe lijn tussen het kloosterelixer en de Amerikaanse frisdrank.

Wat er precies op het papiertje staat

De reclametekst verkoopt het elixer als medicijn, niet als lekkernij. Het zou verlichting geven bij lichamelijke en geestelijke uitputting, hoofdpijn en zwakte door ouderdom of "buitengewone inspanning". In de kloosterpapieren blijkt het bovendien een van de best lopende producten van de apotheek te zijn geweest. De grondstoffen kwamen via missionarissen uit Zuid-Amerika naar Toscane.

Ik stuitte op de oude advertentie voor dit elixer terwijl ik ons archief doornam. Toen ik verder ging graven in de documentatie van het klooster, ontdekte ik dat het een van de meest gevraagde producten van de kloosterapotheek was.

De sporen van het recept lopen volgens de onderzoekers terug tot de achttiende eeuw, met de grootste verspreiding tussen ongeveer 1870 en 1910. Dat valt samen met een bloeiperiode van de stad: Florence was van 1865 tot 1871 de hoofdstad van het jonge koninkrijk Italië, vol reizigers, diplomaten en geld.

Is dit echt een voorloper van Coca-Cola?

Streng genomen: nee, niet aantoonbaar. De combinatie van cocablad en kolanoot was in de negentiende eeuw allesbehalve geheim. Tientallen apothekers in Europa en Amerika mengden precies die twee dingen — het cocablad voor de oppepper, de kolanoot voor de cafeïne, de alcohol als oplosmiddel dat de werkzame stoffen uit het blad trok.

Het Florentijnse briefje bewijst dus geen kopieerwerk, maar iets interessanters: dat een idee dat we als typisch Amerikaans zien, in de kloostergangen van Toscane al gewoon in de schappen stond. Een parallelle uitvinding, geen gestolen formule.

30 gram kolanoot, 10 gram cocablad: voorloper van Coca-Cola?

Hoe cocawijn de negentiende eeuw veroverde

Om te snappen hoe normaal zo'n elixer was, helpt het om de tijdlijn naast elkaar te leggen.

Angelo Mariani en zijn pauselijke medaille

De Corsicaanse chemicus Angelo Mariani bracht in 1863 zijn Vin Mariani op de markt: bordeaux met coca-extract. Het werd een wereldhit. Koningin Victoria, Thomas Edison, Émile Zola en Sarah Bernhardt behoorden tot de klanten, en paus Leo XIII gaf Mariani een gouden medaille plus toestemming om zijn portret in advertenties te gebruiken.

Pemberton kopieert het idee in Atlanta

Pemberton, zelf verslaafd geraakt aan morfine, bouwde in 1885 een Amerikaanse variant: Pemberton's French Wine Coca. Toen Atlanta de drankverkoop aan banden legde, moest de alcohol eruit. Op 8 mei 1886 stond er een alcoholvrije versie op de toonbank, met suikersiroop en koolzuur in plaats van wijn. Die heette Coca-Cola.

1903: de cocaïne verdwijnt uit het glas

Rond 1903 ging het cocaïnehoudende deel eruit. Wat bleef, is een smaakstof op basis van ontcocaïniseerd cocablad — het blad zonder het alkaloïde. Het merk verkoopt sindsdien vooral suiker, cafeïne, zuur en marketing.

Wat dit betekent voor jouw blikje cola

Voor de smaak in de supermarkt verandert er niets. De cola die in Nederland van de band rolt — Coca-Cola bottelt hier onder meer in Dongen — heeft niets met dit recept te maken. Interessanter is wat de vondst laat zien over hoe frisdrank is ontstaan: niet als traktatie, maar als apothekersmiddel tegen moeheid. Precies de belofte die energiedrankjes nu weer doen.

Nog iets om te weten voordat iemand het thuis wil proberen:

  • Cocablad valt in Nederland onder de Opiumwet. Bezit en handel zijn strafbaar, ook in gedroogde vorm.
  • Kolanoot is wél gewoon toegestaan en zit met zo'n twee tot drie procent cafeïne in de buurt van koffiebonen.
  • Een negentiende-eeuwse "versterkende" claim is geen medisch advies, toen niet en nu niet.

Wat er nu met het kloosterrecept gebeurt

Concrete plannen voor een reconstructie zijn er nog niet bekendgemaakt, en die zouden op de coca-component sowieso stuklopen. De meest waarschijnlijke uitkomst is dus archiefwerk: uitzoeken hoeveel flessen er verkocht werden, aan wie, en of het recept elders in Italië opduikt.

Wie deze zomer in Florence is, kan het klooster van San Marco gewoon bezoeken — het is tegenwoordig een museum, vooral bekend om de fresco's van Fra Angelico. Let bij de apotheekvitrines op de beschilderde voorraadpotten: daar zaten precies zulke poeders en bladeren in. En houd de komende maanden de Italiaanse pers in de gaten, want dit soort archiefvondsten komt zelden alleen.