Ierland: 52 procent buitenlandse verpleegkundigen, wij 2
Terwijl het personeelstekort in de zorg oploopt naar honderdduizenden, haalt Nederland nauwelijks zorgmedewerkers uit het buitenland — en wie hier wél komt, loopt tegen papierwerk en afstandelijke collega's aan.
Nederland heeft opvallend weinig buitenlandse verpleegkundigen: nog geen 2 procent van de verpleegkundigen hier is in het buitenland opgeleid. Dat staat in een rapport van ING Sector Banking van 24 juli 2026. In Ierland ligt dat aandeel op 52 procent. Ook Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk draaien voor een veel groter deel op zorgpersoneel van elders. Nederland is dus de uitzondering, terwijl het tekort hier net zo hard oploopt als daar.
Dat maakt de mensen die hier wél komen werken interessant. EenVandaag sprak er drie. Ioannis Pantazis (26) kwam elf maanden geleden uit Griekenland en werkt in een ziekenhuis in Heerlen; recruiters stonden op zijn campus in Athene, met gratis taalcursussen erbij. Ramona Alspeer (37) verruilde Suriname drie jaar geleden voor de kleinschalige ouderenzorg. Božena Olexova (69), door iedereen Boska genoemd, kwam uit Slowakije en doet nu 24-uurszorg bij mensen thuis.
Waarom dit u aangaat: het CBS meldde eind tweede kwartaal van 2026 zo'n 68.500 openstaande vacatures in zorg en welzijn. Het ziekteverzuim stond in het eerste kwartaal op 9,9 procent, de vacaturegraad op 42 per 1.000 medewerkers. Zonder koerswijziging loopt het tekort in tien jaar op tot in de honderdduizenden. Dat is niet alleen een cijfer; het bepaalt hoe snel uw moeder een plek krijgt.
Wie zijn Ramona, Boska en Ioannis?
Het loonverschil verklaart veel. Ioannis verdiende in Griekenland ongeveer 850 euro per maand als verpleegkundige; in Nederland is dat rond de 3.000. Ramona kreeg in Suriname minder dan 400 euro, nu meer dan 2.000. Boska houdt netto zo'n 2.200 euro over, fors meer dan in Slowakije. Zij begon pas rond haar vijftigste aan een zorgopleiding, na jaren kantoorwerk en een periode in de Verenigde Staten. Geen van drieën zit hier tijdelijk: Ramona's gezin is overgekomen, Ioannis heeft geen terugkeerplan.
Waarom Nederland weinig buitenlandse verpleegkundigen telt
De rem zit vooral in de erkenning van diploma's. Het CIBG kent drie routes, en welke geldt hangt af van het land waar het diploma is gehaald. Ioannis' Griekse papieren vallen onder Europese regels en kunnen automatisch worden erkend. Ramona's Surinaamse diploma niet: buiten de EER moet je een verklaring van vakbekwaamheid aanvragen, met toetsen. Daarom werkt zij hier als verzorgende, terwijl ze in Suriname verpleegkundige was. Ze gaat nu in deeltijd de opleiding opnieuw doen.
Daar komt bij dat de instroom van kennismigranten sinds 2022 met 40 procent is gedaald, terwijl de vraag naar ouderenzorg juist snel groeit en de beroepsbevolking niet meegroeit. ING-sectorspecialist Jan Willem Spijkman noemt arbeidsmigratie geen wondermiddel, maar wel een oplossing die Nederland zich niet kan veroorloven onbenut te laten. Hij pleit voor snellere diploma-erkenning, heldere taaleisen, echte begeleiding op de werkvloer en duidelijke routes naar registratie.
De verschillen waar niemand ze op voorbereidt
Wie de taalcursus haalt en de registratie rondkrijgt, is er nog niet. De grootste verrassingen zitten in het dagelijkse werk, en die staan in geen enkele brochure van een recruiter.
Alles moet vastgelegd, en dan nog een keer digitaal
In Griekenland gaf Ioannis zijn overdracht mondeling door aan de arts. Hier gaat vrijwel alles het systeem in: rapportages, controles, afspraken. Die administratielast is geen inbeelding. SP-politicus Lilian Marijnissen wijst erop dat zorgmedewerkers ongeveer 35 procent van hun tijd aan bureaucratie kwijt zijn — goed voor zo'n 73.000 voltijdbanen als je dat zou terugdringen.
Een knuffel voor je collega valt hier anders
Zowel Ioannis als Ramona merkt dat collega's in Griekenland en Suriname veel fysieker en warmer met elkaar omgaan. Een omhelzing bij binnenkomst is daar normaal. Nederlandse teams houden meer afstand en trekken scherpere grenzen tussen werk en privé. Dat wordt zelden uitgelegd, dus voelt het al snel als afwijzing terwijl het dat niet is.
Verpleegkundige daar, verzorgende hier
Een stap terug in functie is voor veel nieuwkomers de pijnlijkste aanpassing. Je doet hetzelfde werk niet meer, verdient minder dan je kunt, en moet uitleggen waarom. Voor instellingen is dat ook zonde: ervaring die er is, blijft ongebruikt zolang de papieren niet kloppen.
Is meer arbeidsmigratie wel de oplossing?
Niet iedereen vindt van wel. Marijnissen waarschuwt voor misstanden en uitbuiting, ook in de zorg: huisvesting die via uitzendbureaus tegen hoge kosten wordt geregeld, en werknemers die na een klacht zowel hun baan als hun kamer kwijt zijn. Haar alternatief is minder papierwerk en betere arbeidsvoorwaarden. Het kabinet zet ondertussen in op opleiden: 53 miljoen euro in 2026, oplopend naar 185 miljoen in 2029. Dat is echter een investering die pas over jaren personeel oplevert.
Wat dit betekent voor uw eigen zorg
De kans is groot dat de verzorgende die straks bij u of uw ouders langskomt elders is opgeleid — het aandeel van 2 procent kan bijna alleen maar stijgen. Let de komende maanden op twee dingen: of de doorlooptijd bij het CIBG korter wordt, en of werkgevers begeleiding en huisvesting zelf regelen in plaats van via uitzendconstructies. Werkt u zelf in de zorg? Vraag bij een nieuwe collega niet alleen naar de taal, maar leg ook de ongeschreven regels uit. Dat scheelt meer dan een cursus.
Comments 0