Persoonlijk record voor Jeff Tesselaar, en toch geen medaille
De Nederlandse tienkamper liep in Birmingham naar de beste score van zijn leven, maar het brons ging in de laatste minuten alsnog naar Noorwegen.
Jeff Tesselaar had op het EK atletiek in Birmingham nog één ronde nodig voor een medaille, en die kreeg hij niet. De 23-jarige tienkamper uit Heerhugowaard sloot de tweedaagse marathon van tien onderdelen af als vierde, met 8378 punten. Dat is de hoogste score die hij ooit heeft neergezet. Het brons ging naar de Noor Sander Skotheim, die net genoeg overhield op de afsluitende 1500 meter.
Zo eindigt een EK dus in twee gevoelens tegelijk. Op papier staat er een persoonlijk record en een plek net onder het podium. In werkelijkheid stond Tesselaar twee dagen lang tussen mannen die olympische finales lopen en wereldtitels winnen, en bleef hij daar staan tot het allerlaatste onderdeel. Zijn 4.16,13 op de 1500 meter was snel genoeg om het spannend te maken, niet snel genoeg om het om te draaien.
Op hetzelfde toernooi zorgde Shaquille Emanuelson voor de andere Nederlandse verrassing van de avond. De discuswerper kwam tot 67,97 meter en werd vijfde in een finale waarin de complete wereldtop meedeed. Voor wie het toernooi volgt: dit waren geen medailles, maar wel twee resultaten die iets zeggen over waar TeamNL over twee jaar staat.
Hoe het brons in de laatste ronde wegglipte
De tienkamp wordt bijna altijd op de 1500 meter beslist, en dit keer letterlijk. Tesselaar ging het slotonderdeel in met zicht op brons en moest tijd goedmaken op Skotheim. Dat lukte deels. De Noor hield stand en hield het podium compleet. Goud was voor de Duitser Leo Neugebauer met 8611 punten, zilver voor zijn landgenoot Niklas Kaul. Neugebauer, ook regerend wereldkampioen, ging bij de finish tegen de grond.
Het verschil tussen goud en de vierde plaats bedroeg 233 punten. Dat klinkt veel, maar in een tienkamp is het minder dan een halve meter bij het kogelstoten plus een paar tienden op de horden. De Duitse één-twee laat vooral zien hoe diep de Duitse meerkamp op dit moment zit; Nederland heeft er precies één man staan die dat niveau nadert.
Wat Jeff Tesselaar hier écht aan overhoudt
Een vierde plaats levert geen medaille op, maar wel een status. Tesselaar zei na afloop tegen de NOS dat hij zichzelf nu tot de top van het onderdeel rekent, en dat is meer dan grootspraak: een score van 8378 punten zet je in Europa structureel in de buurt van het podium. Bij internationale meerkampen is consistentie boven de 8300 het echte toegangsbewijs, niet één uitschieter.
Het was mijn droom om een van de big boys op de tienkamp te worden. Na vanavond durf ik te zeggen dat ik dat ben.
Voor de Nederlandse atletiek is dat relevant omdat de meerkamp hier jarenlang op één of twee namen dreef. Nu staat er weer iemand van 23 die op een groot toernooi niet instort op dag twee. Dat is precies het profiel dat richting de Spelen van 2028 doorgroeit.
Twee Nederlanders in een loodzware discusfinale
Dat Nederland überhaupt met twee werpers in de discusfinale stond, was op zichzelf al opvallend. Het onderdeel wordt op dit moment gedomineerd door een handvol mannen die ver over de zeventig meter komen, en daar hoorde geen Nederlander bij. Toch bleven beiden in de finale overeind tegen namen die je normaal alleen in WK-uitzendingen ziet.
Emanuelson: 67,97 meter en 1,56 meter tekort
Emanuelson werd vijfde met 67,97 meter. Het brons van de Deen Henrik Janssen stond op 69,53 meter, dus het gat naar het podium was 1,56 meter. Goud ging naar de Sloveen Kristjan Čeh met 72,51 meter, zilver naar de Litouwer Mykolas Alekna met 69,89 meter. Emanuelson stond na zijn tweede worp zelfs korte tijd vierde, wat hij naar eigen zeggen zelf niet had zien aankomen.
Rolvink: zevende met 65,45 meter
Ruben Rolvink maakte het Nederlandse duo compleet met 65,45 meter en een zevende plaats. Twee Nederlanders in de top zeven van een Europese discusfinale is zeldzaam. Het geeft ook aan waar de winst zit: niet in techniek of talent, maar in die laatste drie tot vier meter die je alleen met jaren krachttraining vindt.
Nederland staat er goed voor in Birmingham
Het EK loopt van 10 tot en met 16 augustus in het Alexander Stadium. Nederland begon sterk, met goud voor Jessica Schilder bij het kogelstoten — haar derde Europese titel op rij na 2022 en 2024 — zilver voor Jorinde van Klinken en brons voor de gemengde 4x400 meter estafette. Daarna kwam er goud bij van Nadine Visser op de 100 meter horden, die met één duizendste verschil won.
Ook Jonas Phijffers zorgde voor een opvallende prestatie: brons op de 400 meter, met een nationaal record van 44,41 seconden. Tegen die achtergrond zijn een vierde en een vijfde plaats geen domper, maar het gebruikelijke randje van een toernooi waarin Nederland breder meedoet dan een paar jaar geleden.
Waar je dit weekend op moet letten
Het toernooi is nog niet klaar. Lieke Klaver plaatste zich voor de finale van de 400 meter na een halve finale van 49,71, en ook op de 800 meter staat er een Nederlandse in de eindstrijd. De estafettes volgen aan het einde van het programma, en juist daar pakt Nederland de laatste jaren het vaakst eremetaal. Houd het slotweekend in de gaten: de medaillestand van dit EK kan zondagavond er heel anders uitzien dan nu.
Comments 0