Waarom een nieuw virus bij koeien de lammertijd bedreigt

De zieke koeien zijn na een paar dagen weer de oude — het probleem zit bij de dieren die nog geboren moeten worden.

Waarom een nieuw virus bij koeien de lammertijd bedreigt

Sinds maandag 10 augustus stapelen de meldingen zich op bij Koninklijke GD: een nieuw virus bij koeien lijkt ook Nederlandse melkveebedrijven te hebben bereikt. Veehouders zien koorts, dunne mest en een melkgift die in een dag of twee onderuit zakt, vaak bij meerdere dieren tegelijk. Dierenartsen rijden nu de bedrijven langs, nemen monsters en sturen die naar het lab. Harde bevestiging is er nog niet.

Het vervelende is niet wat de koeien zelf overkomt. De meeste dieren zijn na een paar dagen weer de oude. Het gaat om wat er ondertussen in de baarmoeder gebeurt. In Duitsland, Zwitserland en Frankrijk is hetzelfde virus al aangetoond, en deskundigen houden er rekening mee dat het ongeboren kalveren en lammeren beschadigt. GD adviseert schapenhouders die nog niet zijn begonnen daarom om het dekseizoen uit voorzorg uit te stellen tot oktober.

Dat advies zegt genoeg over de onzekerheid. Nederland telt ruim anderhalf miljoen melkkoeien, en dit virus verspreidt zich via knutten — dezelfde piepkleine mugjes die blauwtong en schmallenberg rondbrengen. Augustus is hun drukste maand. Wie de afgelopen jaren met blauwtong te maken kreeg, weet hoe snel zo'n seizoen kan omslaan.

Wat dierenartsen op de bedrijven zien

Het beeld lijkt overal op elkaar: koorts, diarree en een melkproductie die inzakt. Volgens GD herstellen de meeste koeien binnen enkele dagen. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat dieren elkaar rechtstreeks besmetten; de knut doet het werk. Dierenartsen nemen bloed- en mestmonsters, en de meldingen lopen via De Veekijker, het loket waar GD ziektebeelden uit het veld verzamelt.

Een dip in de melkgift kost nu extra. Nieuwe Oogst meldde dezelfde dag dat alle zuivelnoteringen omhoog gingen — melk die niet in de tank komt, is duurdere melk om te missen. Hoeveel schade een bedrijf oploopt, weet niemand: daarvoor lopen de meldingen te kort en zijn er te weinig labuitslagen binnen.

Waar dit nieuw virus bij koeien vandaan komt

Het spoor loopt naar Zuid-Duitsland. Het Friedrich-Loeffler-Institut, het Duitse instituut voor dierziekten, maakte op 3 augustus bekend dat het in monsters van zieke runderen een orthobunyavirus uit de simbu-serogroep had gevonden. Volledige genoomsequencing wees uit dat het tot op 99 procent overeenkomt met het shamondavirus, dat tot nu toe vooral in Afrika voorkwam.

Sinds juli zien melkveebedrijven in Baden-Württemberg, Zwitserland en Frankrijk precies dezelfde klachten, meestal met een mild verloop. Toch is er een belangrijk verschil met het bekende schmallenbergvirus: één van de drie genoomsegmenten lijkt er voor minder dan de helft op. Immuniteit uit eerdere jaren biedt dus waarschijnlijk weinig bescherming. Een vaccin bestaat niet; het FLI schrijft dat ontwikkeling pas in beeld komt als duidelijk is hoe groot de schade werkelijk is.

Het risico zit bij de drachtige dieren

Simbu-virussen danken hun slechte naam niet aan koorts, maar aan wat ze bij ongeboren dieren aanrichten. Het virus kan via de placenta het kalf of lam bereiken en daar de aanleg van hersenen en gewrichten verstoren. Het gevolg: verwerpen, doodgeboren dieren, of kalveren en lammeren met kromme poten en een stijve nek.

Het kwetsbare venster in de dracht

Bij runderen ligt de gevoelige periode volgens GD ruwweg tussen week 8 en week 14 van de dracht. Een koe die nu wordt geïnsemineerd, zit in september en oktober precies in dat venster — de maanden waarin knutten nog volop vliegen. Bij schapen valt die kwetsbare fase nog vroeger in de dracht, en dat verklaart het advies van deze week.

Waarom het dekseizoen naar oktober kan

Schapenhouders die nog moeten beginnen, kunnen de dekperiode uit voorzorg naar oktober schuiven. Dan valt de kwetsbaarste fase in de winter, wanneer de knuttenactiviteit gedaald is. GD zegt er nadrukkelijk bij dat dit niet noodzakelijk is: het is een afweging die elke houder zelf maakt, met de eigen bedrijfsplanning in het achterhoofd.

Waarom een nieuw virus bij koeien de lammertijd bedreigt

Kunnen mensen hier ziek van worden?

Voor zover bekend niet. Het Friedrich-Loeffler-Institut stelt dat virussen uit de simbu-serogroep in het algemeen niet als zoönose gelden en op basis van de huidige kennis geen noemenswaardig infectierisico voor mensen vormen. Datzelfde gold destijds voor het schmallenbergvirus. Dit is dus een probleem van de veehouderij en van dierenwelzijn, niet van de volksgezondheid.

Schmallenberg 2011, blauwtong 2023 en nu dit

Voor de derde keer in vijftien jaar staat Nederland tegenover een nieuw virus bij koeien en schapen dat door knutten wordt verspreid. Eind 2011 dook bij het Duitse stadje Schmallenberg een onbekend virus op; een paar maanden later werden in Nederlandse stallen misvormde lammeren geboren. In september 2023 kwam blauwtong type 3, met enorme schade onder vooral schapen. Steeds hetzelfde recept: een insect, een zachte zomer, een virus dat hier niet thuishoort.

Het verschil met 2011 is het tempo. Er is binnen weken gesequencet en Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Nederland weten van elkaar wat er speelt. Dat wint kostbare tijd, maar het levert nog geen vaccin en geen enkele zekerheid over het komende afkalf- en aflamseizoen.

Wat u deze week kunt doen

Zolang de uitslagen niet binnen zijn, is er geen behandeling en geen vaccin. Wat wél helpt bij een nieuw virus bij koeien is vroeg signaleren en de knut zoveel mogelijk buiten de deur houden. Vier concrete dingen:

  • Meld koorts, diarree of een onverklaarbare melkdip bij uw dierenarts, zodat monsters via De Veekijker worden ingestuurd.
  • Beperk knuttenoverlast: dieren 's nachts opstallen, plassen en mest rond de stal opruimen, insectenwering gebruiken waar dat kan.
  • Plan inseminaties en dekkingen zo dat de eerste drachtmaanden buiten het knuttenseizoen vallen.
  • Houd verwerpingen, doodgeboorten en misvormde kalveren of lammeren apart en laat ze onderzoeken.

De labuitslagen van de eerste Nederlandse bedrijven zijn de eerstvolgende harde informatie; die worden de komende dagen verwacht. Komt daar hetzelfde shamonda-achtige virus uit, dan verschuift de aandacht direct naar het najaar: hoeveel drachtige dieren zijn geraakt, en wat er in februari en maart ter wereld komt. Tot die tijd is melden het nuttigste wat een veehouder kan doen — een compleet beeld ontstaat alleen als iedereen meldt.