Wat de inflatie in Nederland doet met jouw spaargeld
De prijzen stegen in juli harder dan de rente die je op je spaargeld krijgt — en de ECB heeft besloten voorlopig niets te doen.
De inflatie in Nederland liep in juli op naar 3,2 procent, meldde het CBS op 11 augustus. In juni was dat nog 2,9 procent. De snelle raming van eind juli hield het op 3,1 procent, maar de definitieve brongegevens vielen hoger uit. In één maand tijd werden consumentengoederen en -diensten 1,6 procent duurder. Dat is geen ruis meer.
Ondertussen staat de depositorente van de Europese Centrale Bank op 2,25 procent. Op 23 juli besloot de ECB die ongewijzigd te laten. Reken even mee: je geld verliest sneller waarde dan het rente oplevert. Dat verschil van bijna een procentpunt is geen abstractie — het is precies wat er dit jaar aan koopkracht van je spaarsaldo af gaat, zonder dat je iets fout doet.
BNR publiceerde onlangs een opiniestuk onder de kop dat inflatie bestrijden pijn doet, maar niets doen meer pijn. Dat vat het dilemma van de centrale bank goed samen. De rente verhogen remt de economie af, maakt lenen duurder en kost op termijn banen. De rente laag houden terwijl prijzen doorstijgen, kost iedereen met spaargeld stilletjes vermogen. Er is geen pijnloze deur.
Waar die 3,2 procent vandaan komt
Eén post springt eruit. Motorbrandstoffen waren in juli 22,0 procent duurder dan een jaar eerder, tegen 17,3 procent in juni. Energie draaide om: gas en elektriciteit waren 1,1 procent duurder, terwijl ze in juni nog 1,8 procent goedkoper waren dan een jaar eerder. Wonen kwam uit op 4,3 procent, iets lager dan de 4,7 procent van juni. Diensten bleven op 4,0 procent hangen.
Nieuw dit jaar is een factor die weinig met de economie hier te maken heeft: invoerrechten op consumentengoederen van buiten de EU. Die heffingen werken door in winkelprijzen en duwen het cijfer omhoog. Ze zijn niet het gevolg van te veel vraag in Nederland, en ze verdwijnen ook niet als de ECB de rente verhoogt.
Wat de inflatie in Nederland kost aan koopkracht
Het rekensommetje is simpel maar onaangenaam. Zolang de prijzen met 3,2 procent per jaar stijgen en je rendement daaronder blijft, gaat je vermogen achteruit. Niet in euro's op je rekeningoverzicht — daar staat gewoon hetzelfde bedrag — maar in wat je ervoor kunt kopen. Dat is het soort verlies dat je pas merkt bij de kassa.
Je spaargeld verliest terrein
Op 10.000 euro spaargeld betekent 3,2 procent inflatie dat je koopkracht met ongeveer 320 euro per jaar krimpt. Krijg je 2 procent rente, dan compenseer je 200 euro daarvan en blijft er per saldo zo'n 120 euro verlies over, nog vóór vermogensbelasting. Vergelijk daarom niet je spaarrente met die van vorig jaar, maar met dat inflatiecijfer.
Je hypotheek hangt af van je rentevaste periode
Zit je vast voor tien of twintig jaar, dan raakt een ECB-stap je voorlopig niet. Loopt je rentevaste periode af in 2026 of 2027, of heb je variabel, dan is dit het moment om te rekenen. Een verhoging naar 2,50 procent klinkt klein, maar op een lening van drie ton tikt elk kwart procentpunt merkbaar door in je maandlast.
De pomp is de grootste aderlating
Wie dagelijks rijdt, voelt die 22 procent op brandstof harder dan welk ander cijfer ook. Bij een tank van 60 euro is dat ruim tien euro extra per beurt vergeleken met vorig jaar. Voor forenzen met een lange rit loopt dat op tot enkele honderden euro's per jaar — geld dat niet naar boodschappen of sparen gaat.
Waarom de ECB niet harder op de rem trapt
De ECB stuurt niet op Nederland, maar op het gemiddelde van de eurolanden. Op de Europees vergelijkbare maatstaf kwam Nederland in juli uit op 3,0 procent, tegen 2,5 procent in juni. De eurozone als geheel zat op 2,9 procent, na 2,8 procent. Wij zitten er dus net boven, maar het verschil is te klein om Frankfurt van koers te doen veranderen.
Daar komt bij dat de ECB pas net weer in beweging is gekomen. Op 11 juni verhoogde de bank de depositorente van 2,00 naar 2,25 procent — de eerste verhoging sinds september 2023, bijna drie jaar stilstand. Na zo'n lange pauze wil een centrale bank eerst zien wat één stap doet voordat ze er een tweede bovenop zet.
Waar een hogere rente niets tegen kan doen
Hier zit de blinde vlek in het hele debat. Rente werkt op binnenlandse vraag: hypotheken, bedrijfsinvesteringen, uitgaven. Tegen een olieprijs op de wereldmarkt of tegen importheffingen uit Washington helpt geen enkel rentetarief. Het enige deel van het cijfer waar de ECB echt vat op heeft, zijn de diensten — en die staan hardnekkig op 4,0 procent.
Kritiek daarop klinkt al maanden. Macro-econoom en ECB-watcher Edin Mujagić stelde eerder op BNR dat de bank met dit renteniveau de inflatie helemaal niet bestrijdt, en hij verwacht dat het cijfer richting het einde van het jaar naar 4 procent kan lopen.
Je bent met dit renteniveau de inflatie niet aan het bestrijden.
Waar je op moet letten in september
Twee data tellen. Eind augustus komt het CBS met de snelle raming over die maand; blijft die boven de 3 procent, dan wordt de druk op Frankfurt groter. Daarna is september het eerstvolgende serieuze moment voor een stap naar 2,50 procent. Kijk dit weekend nog even wat je bank je betaalt, zet dat naast die 3,2 procent, en beslis of stilzitten voor jou echt de goedkoopste optie is.
Comments 0