De oorlog was voorbij, het jappenkamp nog lang niet
Jaap de Haan (87) uit de regio Zwolle vertelt over zijn kinderjaren in Japanse gevangenschap — en over de vader die tegen alle statistiek in terugkwam.
Wie het jappenkamp overleefde, was op 15 augustus 1945 nog lang niet thuis. Jaap de Haan, inmiddels 87, vertelt in De Stentor over de jaren die hij als klein kind in Japanse gevangenschap in Nederlands-Indië doorbracht. Zijn broer Aldert deed eerder hetzelfde bij RTV Focus Zwolle. Het scharnierpunt in hun verhaal ligt niet bij de capitulatie zelf, maar bij wat daarna kwam: er dook een man op, en het bleek hun vader.
Die vader was marinearts. Hij sprak de taal van het land goed en werd door de Japanners ingezet als dokter aan de Birmaspoorweg — de bezetter was banger voor besmettelijke ziekten in de werkkampen dan voor de gevangenen zelf. Aan diezelfde spoorlijn kwamen naar schatting 3.100 Nederlandse krijgsgevangenen om. Op de Pakan Baroe-spoorweg op Sumatra nog eens bijna 2.500. Dat hij terugliep, was de uitzondering, niet de regel.
En dat is precies waarom dit verhaal nu telt. Het is dit jaar 81 jaar geleden dat Japan zich overgaf. Iedereen die de kampen bewust heeft meegemaakt, is nu minstens midden tachtig. Een jongen die in 1945 zes jaar was, is vandaag 87 — de leeftijd van Jaap de Haan. De generatie die uit eigen herinnering kan vertellen, is binnen een jaar of tien verdwenen.
Waarom het jappenkamp niet ophield op 15 augustus
De capitulatie opende de poorten niet. Op Java en Sumatra brak de Bersiap uit, een golf van geweld tegen Nederlanders, Indo-Europeanen, Molukkers en Chinezen. Voor duizenden geïnterneerden werd het kamp van de ene op de andere dag de veiligste plek die er was. Geallieerde bevelhebbers gaven Japanse militairen zelfs opdracht om de kampen voorlopig te blijven bewaken, tegen de bevolking buiten.
De familie De Haan kwam begin mei 1946 in Nederland aan. Dat is bijna negen maanden na de dag die in de schoolboeken als het einde van de oorlog staat. Voor een gezin met kinderen betekende die periode: wachten, ziek zijn, uitzoeken wie er nog leefde, en pas daarna aan een reis van weken beginnen naar een land dat de meesten van hen nauwelijks kenden.
De vader die terugkwam van de Birmaspoorweg
Mannen en vrouwen zaten in gescheiden kampen, vaak honderden kilometers uit elkaar, zonder post en zonder namenlijsten. Een gezin wist letterlijk niets van elkaar. Wie na de capitulatie een familielid terugvond, had geluk gehad in een systeem dat daar niet op was ingericht — er bestond geen centrale administratie waarin je kon opzoeken waar iemand was gebleven, of dat iemand nog leefde.
Voor jonge kinderen kwam daar iets bij. Een jongen van vier bij het begin van de internering herkende zijn vader drie jaar later simpelweg niet meer, zeker niet na maanden dwangarbeid in de tropen. De hereniging was geen omhelzing die vanzelf ging. Ze moesten opnieuw uitvinden wie die man was.
Wat de cijfers over de kampen laten zien
110.000 burgers achter prikkeldraad
Ongeveer 110.000 Europese burgers werden geïnterneerd. Zo'n 16.000 van hen kwamen om, waarvan naar schatting 13.500 als direct of indirect gevolg van de omstandigheden in de kampen: honger, malaria, dysenterie, geen medicijnen. Grofweg één op de acht overleefde het niet. De doden waren vooral kleine kinderen en ouderen.
Jongens van tien moesten naar het mannenkamp
De Japanse bezetter haalde jongens vanaf ongeveer tien jaar weg bij hun moeder en zette ze in de mannenkampen. Aldert de Haan overkwam dat op zijn tiende. Jaap was nog te klein en bleef bij zijn moeder — een leeftijdsgrens van een paar jaar bepaalde dus hoe je oorlog eruitzag.
Ik vond het nog wel spannend, maar voor mijn moeder was het erg!
Militairen: 8.200 doden op 42.240 gevangenen
Van de ruim 42.000 Nederlandse militairen die na de capitulatie van maart 1942 gevangen werden genomen, kwamen er 8.200 om: ongeveer één op de vijf. Meer dan 5.600 van hen stierven aan de twee spoorlijnprojecten. Tegen die achtergrond is de terugkeer van één marinearts geen sentimenteel detail, maar een statistische afwijking.
Waarom je dit verhaal nu pas hoort
Terug in Nederland liepen deze gezinnen tegen een muur van desinteresse aan. Het land was zelf net bezet geweest en had weinig ruimte voor een oorlog aan de andere kant van de wereld, die bovendien meteen overging in een koloniaal conflict. Veel repatrianten zwegen dus, jarenlang, soms hun hele werkende leven. Pas als kleinkinderen vragen gaan stellen, komen de verhalen los.
Dat verklaart ook waarom regionale media als De Stentor en RTV Focus Zwolle deze interviews nu opnemen. Het is de laatste ronde waarin het nog uit de eerste hand kan.
Zo achterhaal je het kampverleden van je eigen familie
Wie zelf een opa, oma of oudtante in Nederlands-Indië had, kan verder komen dan een verhaal aan tafel. Er ligt meer op papier dan mensen denken, en het meeste is gratis en online te raadplegen.
- Het Nationaal Archief in Den Haag beheert interneringsgegevens en een verhalenarchief over de bevrijding uit de kampen.
- Oorlogsbronnen.nl bundelt collecties van tientallen Nederlandse instellingen in één zoekmachine, inclusief kamp- en persoonsdossiers.
- Het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag verzamelt persoonlijke getuigenissen en objecten.
- Regionale omroepen en streekarchieven leggen sinds enkele jaren gericht ooggetuigenverslagen vast — meld een familielid aan zolang het kan.
Praktisch advies: neem het gesprek op, ook als het rommelig is en de data niet kloppen. Namen van kampen, schepen en steden kun je later verifiëren; een stem niet. Op 15 augustus wordt bij het Indisch Monument in Den Haag opnieuw stilgestaan bij de capitulatie van Japan. Wie dit jaar naar die herdenking kijkt, kijkt naar een groep die snel kleiner wordt — bel dat familielid liever deze maand dan volgend jaar.
Comments 0