Het enige doek dat hij verkocht mist de handtekening van Van Gogh
Nieuw onderzoek van het Van Gogh Museum brengt voor het eerst alle 133 gesigneerde schilderijen in kaart — en laat zien hoe uitzonderlijk zuinig Vincent was met zijn eigen naam.
Op het enige schilderij waarvan vaststaat dat hij het bij leven verkocht, ontbreekt de handtekening van Van Gogh. Dat doek is De rode wijngaard, geschilderd in november 1888 in Arles. Geen naam, geen initialen, niets in de hoek. Uitgerekend het werk dat hem eindelijk een koper opleverde, liet hij onaangeroerd — terwijl hij in diezelfde periode tientallen andere doeken wél tekende.
Dat is een van de opvallendste uitkomsten van een nieuwe studie die het Van Gogh Museum online heeft gezet. De Amsterdamse kunsthistorica Julia Engelmayer bracht voor het eerst systematisch alle gesigneerde schilderijen in kaart, een project dat begon als haar masterscriptie. Haar telling: van de ongeveer 840 bewaard gebleven doeken dragen er 133 een signatuur. Dat is zestien procent.
Voor een negentiende-eeuwse schilder is dat opmerkelijk weinig. Ter vergelijking: Paul Gauguin, die eind 1888 een paar maanden met Vincent in Arles samenwoonde, ondertekende ongeveer zestig procent van zijn schilderijen. Van Gogh maakte er in tien jaar tijd zo'n duizend. Op ruim acht van de tien staat dus helemaal niets — en daar heeft de kunsthandel tot op de dag van vandaag last van.
Wat de telling precies laat zien
Engelmayer keek niet alleen hoe vaak Vincent tekende, maar ook hoe. Van de 133 signaturen zijn er 75 in rode verf gezet, ruim de helft. Meer dan de helft staat schuin. Bij twee werken gaat het niet eens om een naam, maar om een ingekraste titel. Het beeld dat oprijst is dat van een keuze, geen automatisme: de naam is meegeschilderd, niet achteraf toegevoegd.
Waarom er alleen 'Vincent' onder staat
Als hij tekende, hield hij het simpel: bijna altijd alleen de voornaam. In de negentiende eeuw was dat ongebruikelijk; collega's gebruikten hun achternaam of hun volledige naam. Vincent had er een praktische reden voor. In maart 1888 schreef hij dat men in Frankrijk zijn naam eenvoudigweg niet kon uitspreken. Voor Engelse en Franse handelaren was 'Van Gogh' een struikelblok.
Maar er zat meer achter. In een brief aan zijn broer Theo uit december 1883 — de tijd van forse spanningen met zijn vader, dominee in Nuenen — schreef hij dat hij qua karakter sterk van de familie verschilde en zich eigenlijk geen 'Van Gogh' voelde. De keuze voor de voornaam was dus niet alleen commercieel handig, maar ook een stille afstandsverklaring.
Waar de handtekening van Van Gogh wél opduikt
De spreiding over zijn loopbaan is minstens zo veelzeggend als het totaal. Wie de 133 werken per periode uitsplitst, ziet het tekenen opkomen en daarna vrijwel verdwijnen.
Nuenen en Parijs: het begin
Uit de Brabantse jaren in Nuenen (1883-1885) komen zeventien gesigneerde doeken. In Parijs, tussen 1886 en 1888, zet hij zijn naam op 57 werken — het hoogste aantal van alle periodes. Dat is precies de fase waarin hij zich onder collega-schilders begeeft en serieus hoopt te gaan verkopen.
Arles: rode verf en een hoefijzervormige V
In Arles tekent hij vijftig schilderijen. Daar ontstaat ook zijn meest herkenbare vorm: op 31 doeken uit die periode staat een V met een opvallende hoefijzerachtige krul. In augustus 1888 schrijft hij intussen aan Theo dat hij begonnen was met signeren maar er al snel mee ophield, omdat het hem wat dwaas voorkwam.
Saint-Rémy en Auvers: het valt bijna stil
Na zijn opname in de inrichting bij Saint-Rémy blijven er nog zeven gesigneerde werken over. Uit Auvers-sur-Oise, waar hij in de laatste tien weken van zijn leven in hoog tempo doorwerkte, is er precies één. Zijn twijfel over zijn eigen kunnen laat zich in die cijfers bijna aflezen.
Wat dit betekent als je ooit een 'Van Gogh' ziet
Een handtekening bewijst niets, en het ontbreken ervan bewijst evenmin iets. Juist omdat Vincent zo zuinig was met zijn naam, hebben vervalsers er graag een toegevoegd. Toeschrijving leunt daarom op herkomstgeschiedenis, op de bijna duizend bewaarde brieven en op technisch onderzoek naar verf, doek en penseelvoering — niet op de hoek van het schilderij.
- Een signatuur die 'V. van Gogh' of alleen 'Van Gogh' leest, is een waarschuwingssignaal: echte gesigneerde werken dragen vrijwel altijd alleen 'Vincent'.
- Onder uv-licht licht een later toegevoegde handtekening vaak op, omdat de verf een andere ouderdom heeft dan de rest.
- Een ongesigneerd doek met sluitende papieren is meer waard dan een getekend doek zonder.
Waarom dit in Brabant extra dichtbij komt
Vincent werd geboren in Zundert en werkte twee volle jaren in Nuenen, waar hij zijn donkere boerenkoppen en wevers schilderde. Van die hele Brabantse productie zijn er dus maar zeventien ondertekend. Wie in een museum voor zo'n vroeg werk staat, kijkt vaak naar een doek dat de schilder zelf nooit af genoeg vond om er zijn naam onder te zetten.
De studie staat gratis online bij het Van Gogh Museum, inclusief de complete lijst van gesigneerde werken. Handig als u zelf wilt nazoeken hoe het met een bepaald schilderij zit. En bij het volgende museumbezoek: kijk even naar de onderhoek. De kans is groot dat daar niets staat — en dat zegt in dit geval meer dan een naam.
Comments 0