Waarom de ventilatietorens Spaarndammertunnel op bladeren lijken
Vier glanzende torens in het Houthavenpark zien eruit als kunst, maar ze zijn het uitblaaspunt van een autotunnel van 470 meter.
Wie vanuit de Spaarndammerbuurt het Houthavenpark in loopt, passeert vier glanzende bouwsels van zes meter hoog: de ventilatietorens Spaarndammertunnel, ontworpen door de Amsterdamse ontwerper Frank Tjepkema van studio Tjep. Van dichtbij lijken het opgevouwen kristallen. Van een afstand, met bomen eromheen, verdwijnen ze bijna in het groen. Kunstwerk, zegt de een. Vormgeving, zegt de ander.
Ze hebben allebei een beetje gelijk, want de torens staan er niet voor de sier. Onder het park ligt een autotunnel, en die lucht moet ergens naartoe. De roosters waar de tunnelventilatie uit blaast, zitten weggewerkt achter gevouwen vlakken van roestvrij staal. Wat je ziet is beeldhouwkunst; wat eruit komt is techniek.
Dat maakt het meer dan een detail voor architectuurliefhebbers. Amsterdam stopt steeds meer infrastructuur onder de grond om ruimte te maken voor woningen en groen. Elke keer blijft er een restje techniek boven staan dat niemand in zijn uitzicht wil hebben. Deze vier torens laten zien hoe je dat oplost zonder er een grijze kast neer te zetten.
Waarom een park een schoorsteen nodig heeft
De Spaarndammertunnel werd tussen 2015 en 2017 gebouwd om doorgaand verkeer tussen de Spaarndammerbuurt en de nieuwe Houthavens onder de grond te krijgen. Naar schatting tachtig procent van het verkeer op die route reed er alleen maar doorheen. Met de tunnel konden de straten erboven weer van de buurt zelf worden.
Maar een afgesloten tunnelbuis van 470 meter — met de hellingbanen erbij meet de hele constructie zo'n 800 meter — verzamelt uitlaatgassen. Die moeten omhoog, en liefst niet op ooghoogte naast een speelplek. Vandaar de torens: het zijn de uitblaaspunten van het ventilatiesysteem, midden in het park dat de gemeente op het tunneldak aanlegde.
Zo zijn de ventilatietorens Spaarndammertunnel gemaakt
De gemeente vroeg Tjepkema om iets dat in een park kan staan zonder als installatiekast gelezen te worden. Zijn antwoord: vier torens van gepolijst roestvrij staal, opgebouwd uit gevouwen driehoekige vlakken. Hij omschreef het ontwerp zelf als een origami van filigreinachtige patronen. Het is technischer dan het oogt.
Gevouwen driehoeken die geen frame nodig hebben
De torens hebben geen inwendig skelet. Door de vlakken onder de juiste hoeken te vouwen dragen ze zichzelf — hetzelfde principe waarmee een gekreukt vel papier ineens overeind blijft staan. Dat scheelt materiaal, en het scheelt zicht: achter de openingen zit geen constructie die je liever niet zou zien.
Bladnerven op de plek waar tunnellucht wegwaait
Het patroon in het staal is geen willekeurige versiering. Het is gebaseerd op microscoopbeelden van bladnerven, een verwijzing naar fotosynthese en naar de bomen die in het park zijn geplant. Uitgerekend op het punt waar tunnellucht naar buiten komt, staat dus een verwijzing naar het proces dat CO2 opneemt. Toeval is dat niet.
Twee jaar tekenen, één zomer plaatsen
Ontwerp en engineering kostten ongeveer twee jaar. De productie startte eind 2018, plaatsing stond gepland voor begin 2019 en gebeurde uiteindelijk in juli van dat jaar, door aannemer Max Bögl — hetzelfde bedrijf dat de tunnel zelf bouwde. Voor vier objecten van zes meter is dat een opvallend lange doorlooptijd.
De tunnel eronder liet ook op zich wachten
Geduld was in dit project sowieso vereist. De tunnel was begin 2017 in feite klaar, maar de opening werd keer op keer uitgesteld door problemen met de besturingssoftware. Pas op 5 februari 2018 ging hij open voor auto's. Een week daarvoor mochten buurtbewoners er te voet en op de fiets doorheen.
Tegen die achtergrond vallen de anderhalf jaar tussen tunnelopening en kunstwerk minder op. De afwerking van de tunnelwanden was eerder aan bureau ipv Delft gegund; de ventilatietorens Spaarndammertunnel waren het sluitstuk van een project dat de buurt jarenlang aan bouwhekken hielp.
Wat de buurt eraan overhoudt
Boven op het tunneldak kwam het Houthavenpark, de groene strook die de oude Spaarndammerbuurt aan de nieuwe Houthavens knoopt. De naam werd pas in april 2021 vastgelegd, na een stemming onder bewoners. Ook de Tasmanstraat en de Spaarndammerdijk gingen na de opening op de schop.
Zo ontstond een park met een dubbele bodem: een autoweg eronder, en vier objecten erin die er staan omdat de techniek ze nodig heeft. Kunst in de openbare ruimte begint hier bij een probleem, niet bij een idee. Dat maakt ze eerlijk gezegd interessanter dan menig los neergezet beeld.
Waar je op moet letten als je gaat kijken
Ga op een heldere dag. Gepolijst staal doet weinig onder een grijze lucht, maar in de zon vangen de driehoekige vlakken de bomen eromheen en verschuift het patroon terwijl je eromheen loopt. Kijk ook van dichtbij: in de openingen zie je de bladnerf terug, en daarachter het rooster dat het hele ding rechtvaardigt.
Loop daarna de Spaarndammerdijk af richting het Westerkanaal en kijk naar de tunnelmond. Daar wordt pas duidelijk hoeveel verkeer er onder dat gras door gaat. En let de komende jaren op nieuwe overkluizingen in de stad: waar asfalt onder de grond verdwijnt, moet de lucht ergens omhoog — en de vraag wie dat mag vormgeven, ligt dan opnieuw op tafel.
Comments 0