Koopkracht 2027: 10.000 Nederlanders zakken terug in armoede

Het CPB verlaagde de raming, de armoede loopt voor het eerst in jaren weer op, en nu eist zowel de linkse als de rechtse oppositie reparatie vóór Prinsjesdag.

Koopkracht 2027: 10.000 Nederlanders zakken terug in armoede

De koopkracht 2027 daalt met gemiddeld 0,3 procent bij ongewijzigd beleid, becijferde het Centraal Planbureau halverwege augustus, en dat ene minnetje heeft de begrotingsonderhandelingen in Den Haag onmiddellijk op scherp gezet. Het minderheidskabinet van premier Rob Jetten moet zijn plannen op 15 september presenteren en heeft daarvoor stemmen nodig die het zelf niet heeft. De oppositie zag het cijfer en trok meteen een streep in het zand.

Achter dat gemiddelde zit een getal dat politiek nog harder aankomt. De armoede in Nederland daalde tussen 2024 en 2026 met ongeveer 90.000 mensen, tot zo'n 460.000. Volgend jaar loopt dat aantal volgens het CPB weer op naar circa 470.000. Tienduizend mensen die net boven de armoedegrens waren gekomen, zakken er dus opnieuw onder. Drie jaar vooruitgang die deels wordt teruggedraaid — dat verklaart de felheid.

Het Financieele Dagblad meldde dat zowel de linkse als de rechtse oppositie nu reparatie eist voordat er überhaupt over de rest van de begroting wordt gepraat. Voor een kabinet zonder meerderheid is dat geen detail maar een voorwaarde. Zonder deal geen begroting, en zonder begroting geen rustige herfst.

Wat de koopkracht 2027 doet met je maandbudget

Reken het ruw om en het wordt tastbaar. Bij een besteedbaar huishoudinkomen van €40.000 per jaar komt 0,3 procent neer op ongeveer €120, dus zo'n tientje per maand. Op zichzelf geen ramp. Maar een gemiddelde verbergt precies de mensen om wie het gaat: wie in een slecht geïsoleerd huis woont en een laag inkomen heeft, betaalt veel meer dan dat tientje.

Het CPB wijst op drie krachten die tegelijk duwen. De loonstijgingen houden de prijsstijgingen niet bij. De inkomstenbelasting gaat omhoog. En werkgevers gaan meer premie betalen voor arbeidsongeschiktheid, wat via de loonruimte uiteindelijk ook bij werknemers terechtkomt. Drie kleine tegenwinden die samen genoeg zijn om het plusje van dit jaar weg te blazen.

De grootste tegenvaller zit in dit jaar

Wie alleen naar 2027 kijkt, mist het echte nieuws. Voor 2026 verwachtte het planbureau eerder nog een koopkrachtplus van 1,4 procent; die raming is nu bijgesteld naar 0,6 procent. Dat is een verschil van 0,8 procentpunt in één ronde — bijna drie keer zo groot als de daling van volgend jaar. Op datzelfde inkomen van €40.000 gaat het om ruim €300 die simpelweg niet komt.

Over de hele linie valt het mee. De Nederlandse economie is veerkrachtig, aldus CPB-directeur Pieter Hasekamp.

Dat is geen tegenspraak, wel een spanningsveld. De economie groeit volgend jaar naar verwachting met 1,2 procent en het begrotingstekort krimpt van 2,8 procent van het bbp dit jaar naar 2,1 procent. Macro-economisch gaat het dus redelijk. In de portemonnee voelt het anders, en kiezers stemmen op basis van dat tweede gevoel.

Koopkracht 2027: 10.000 Nederlanders zakken terug in armoede

Wie er nu tegenover het kabinet zit

De kabinetstop sprak deze maand met PRO, JA21, SGP, ChristenUnie en 50Plus over de begroting; Volt volgt een week later. Dat zijn partijen die inhoudelijk mijlenver uit elkaar liggen, maar op één punt hetzelfde zeggen: eerst de koopkracht 2027 op orde, dan de rest.

PRO wil de sociale zekerheid buiten schot

De linkse fractie wil voorkomen dat de rekening bij de sociale zekerheid wordt neergelegd. Elke besparing op uitkeringen of toeslagen raakt precies de groep die volgens het CPB terugvalt in armoede. Voor PRO is dat de rode lijn waar geen deal overheen gaat.

JA21 wil geen lastenverzwaring als dekking

Rechts kijkt naar dezelfde koopkracht en trekt de omgekeerde conclusie. JA21 verzet zich ertegen dat bezuinigingen worden teruggedraaid door de belastingen te verhogen. Reparatie mag, maar niet met geld dat elders weer bij dezelfde huishoudens wordt opgehaald.

Het dilemma dat het kabinet blijft uitstellen

Beide partijen zeggen inmiddels hardop dat het kabinet moet kiezen: regeren over links of over rechts. Jetten probeert die keuze voor zich uit te schuiven met deelakkoorden per onderwerp. Hoe dichter 15 september nadert, hoe minder ruimte daarvoor overblijft.

Waarom de rekening juist nu oploopt

De directe aanleiding ligt buiten Nederland. De oorlog in Iran heeft de energieprijzen opgedreven, en dat werkt door in vrijwel elk huishoudbudget. Anders dan tijdens de gascrisis van 2022 ligt er nu geen prijsplafond klaar en is de staatskas krapper. Het kabinet kan gerichter compenseren, maar generieke steun zoals drie jaar geleden zit er niet in.

Waar je op moet letten tot 15 september

Let op drie dingen. Ten eerste: of het kabinet met gerichte maatregelen komt — huurtoeslag, kindgebonden budget, energietoeslag — of met een generieke belastingknop. Ten tweede: of de armoedecijfers in de definitieve raming naar beneden worden bijgesteld; dat is de graadmeter waarop de oppositie de deal afrekent. Ten derde: of het tekort van 2,1 procent overeind blijft, want elke reparatie kost geld.

Praktisch gezien is wachten op Den Haag geen strategie. Controleer voor het eind van het jaar je energiecontract en je toeslagen bij de Belastingdienst — een verkeerd ingeschat inkomen kost al snel meer dan de €120 waar dit hele debat over gaat. Wat er op Prinsjesdag ook uit de koffer komt, het definitieve koopkrachtplaatje volgt pas ná de onderhandelingen, niet ervoor.