Waarom betaalt het Rijk jouw bijscholing Eerste 1000 dagen?
Vijf modules, twee uur, geen factuur: de nieuwe multidisciplinaire scholing over de eerste duizend dagen is gratis omdat het Rijk hem betaalt — en dat heeft alles te maken met wat er dit jaar met Kansrijke Start gebeurt.
De bijscholing Eerste 1000 dagen staat open voor iedereen die met aanstaande en jonge ouders werkt, en er komt geen factuur achteraan: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betaalt de rekening vanuit Kansrijke Start. Dat is ongebruikelijk. Zorgprofessionals zijn gewend dat scholing uit het praktijkbudget of uit eigen zak komt, zeker als er accreditatiepunten aan hangen.
De cursus is op 8 juni 2026 gelanceerd in Utrecht en werd ontwikkeld door Augeo en Pharos. Hij bestaat uit vijf online modules die samen gemiddeld anderhalf tot twee uur kosten, en je kunt ze in stukjes doen. Voor wie ook de regionale bijeenkomst meepakt, loopt het op naar twee à drie uur. Verloskundigen krijgen er twee KNOV-punten voor.
Waarom dit nu wordt uitgerold, laat zich raden uit de cijfers. Ongeveer één op de zes kinderen in Nederland groeit op in kwetsbare omstandigheden: armoede, chronische stress, woningproblemen, een instabiele thuissituatie of moeilijke toegang tot zorg. Van die kinderen werd in 2021 20,7 procent te vroeg geboren of met een te laag gewicht, tegenover 14,2 procent bij de rest. Zes procentpunt verschil, en dat gat sluit maar traag.
Wat zit er in die vijf modules?
Module één gaat over waarom de periode van kinderwens tot tweede verjaardag zo bepalend is. Twee draait om signaleren: welke risico's én welke beschermende factoren zie je, en hoe begin je er een gesprek over zonder dat een ouder dichtklapt. Dat gespreksdeel is waar de meeste professionals in de praktijk op stuklopen — je vermoedt iets, maar je hebt tien minuten en geen ingang.
Module drie behandelt sensitief handelen en de inbreng van ervaringsdeskundigen. Vier vertaalt dat naar concrete handelingsopties per beroep. De laatste module gaat over het netwerk: wie doet wat in jouw wijk, en hoe verwijs je door zonder dat een gezin tussen wal en schip valt. Verloskundige en beleidsadviseur Veerle Dijkers-Takes wees bij de lancering op de lange schaduw van een slechte start — die reikt tot in schoolprestaties, werk en sociale kansen.
Voor wie is het gemaakt?
Het multidisciplinaire karakter is het punt van de hele oefening. Iedereen doorloopt dezelfde vijf modules, maar daarnaast is er een beroepsspecifiek leerpad met kennis die op jouw spreekuur of huisbezoek van toepassing is.
Geboortezorg: van verloskundige tot doktersassistent
Verloskundigen, gynaecologen, huisartsen, doktersassistenten en kraamverzorgenden hebben elk een eigen route. Voor kraamverzorgenden is dat relevanter dan het lijkt: zij zitten acht dagen in het huis en zien dingen die in een consultkamer van tien minuten onzichtbaar blijven. De KCKZ-punten voor deze groep lopen op tot drie, verdeeld over meerdere beroepscategorieën.
Kinderopvang en jeugdgezondheidszorg
Jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen en pedagogisch professionals uit de kinderopvang krijgen hun eigen variant. De kinderopvang zit hier bewust bij, want een pedagogisch medewerker ziet een kind vaak vaker per week dan welke zorgverlener dan ook. V&VN heeft er twee punten aan toegekend, ABAN eveneens twee.
Wijkteams en schuldhulpverlening
Dit is de opvallendste toevoeging. Medewerkers van wijkteams en schuldhulpverleners staan formeel niet in de zorg, maar zij zien geldzorgen vaak eerder dan de verloskundige. Schulden en stress in de zwangerschap hangen samen met slechtere geboorte-uitkomsten. Voor deze groep zijn twee SKJ-punten beschikbaar.
Hoeveel punten levert het op?
De accreditatie is inmiddels rond bij vijf registers. In punten uitgedrukt:
- KNOV: 2 punten
- ABAN: 2 punten
- V&VN: 2 punten
- SKJ: 2 punten
- KCKZ: tot 3 punten
Zet dat af tegen wat een commerciële scholingsdag kost — vaak een paar honderd euro plus een dagdeel praktijkuitval — en de rekensom is snel gemaakt. Twee uur achter je laptop, verspreid over de week, en je punten staan geregistreerd.
Waarom de bijscholing Eerste 1000 dagen nú komt
Kansrijke Start begon in 2018 als landelijk actieprogramma en liep van 2022 tot 2025 door onder de naam Sterke ouders, gezonde kinderen. Dit jaar verandert de status: van actieprogramma naar beleidsthema. Dat klinkt bureaucratisch, maar het betekent iets concreets — gemeenten, regio's en lokale netwerken worden zelf verantwoordelijk voor de uitvoering.
Volgens het RIVM heeft 87 procent van de gemeenten inmiddels een lokale of regionale coalitie, maar lang niet allemaal met een uitvoeringsplan erachter. Een landelijk gefinancierde bijscholing is dan de goedkoopste manier om overal dezelfde basiskennis neer te leggen voordat de subsidiekraan naar de gemeenten verschuift. Het optionele netwerkgedeelte moet je gemeente of lokale coalitie zelf organiseren.
Wat je deze week kunt regelen
Je hebt een gratis account nodig op het leerplatform van Pharos; daarna kun je meteen beginnen. Doe de modules gerust in delen — de voortgang blijft staan. Vraag daarna bij je gemeente of lokale Kansrijke Start-coalitie of er een regionale bijeenkomst gepland staat, want dat netwerkdeel is precies het stuk dat je niet uit een e-learning haalt.
Twee dingen om in de gaten te houden. Perined publiceerde in april 2026 de geboortecijfers over 2024; daaruit blijkt straks of het verschil van zes procentpunt tussen kwetsbare en andere gezinnen kleiner wordt. En vul de TNO-vragenlijst in na afloop — die bepaalt mede of deze scholing na de overdracht naar de gemeenten overeind blijft. Deelnemers maken kans op een cadeaubon van 50 euro.
Comments 0