Waarom de zorg amper zorgpersoneel uit het buitenland haalt
Vier op de tien nieuwe zorgmedewerkers is in het buitenland geboren, maar slechts een op de vijf werkgevers ziet werven over de grens als serieuze oplossing.
Zorgpersoneel uit het buitenland houdt de Nederlandse verpleging, verzorging en thuiszorg al veel steviger overeind dan de meeste mensen denken: van iedereen die daar tussen 2021 en 2025 begon te werken, is ruim vier op de tien buiten Nederland geboren. Dat cijfer komt van het CBS en werd deze week aangehaald door EenVandaag. Toch ziet maar 22 procent van de zorgwerkgevers met een personeelstekort het aannemen van buitenlandse medewerkers als een passende maatregel, blijkt uit onderzoek van het UWV.
Die twee getallen naast elkaar leggen iets vreemds bloot. De sector leunt in de praktijk zwaar op mensen die elders geboren zijn, maar bijna niemand haalt ze bewust over de grens. En het tekort waar het om gaat is niet klein: in verpleging en verzorging loopt het verwachte personeelstekort op van 14.300 mensen in 2025 naar 133.800 in 2035. Ruim negen keer zo groot, in tien jaar tijd.
Waarom dit jou aangaat, ook als je niet in de zorg werkt: de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid rekende voor dat in 2040 ongeveer één op de vier werkenden in de zorg zou moeten zitten om alles te blijven leveren zoals nu. Vandaag is dat één op de zes. Elke plek die leeg blijft, keert terug als een langere wachttijd, minder thuiszorguren of een groter beroep op familie.
Geboren in het buitenland is niet hetzelfde als geworven
Hier gaat het gesprek vaak mis. Die 40 procent betekent niet dat ziekenhuizen en verpleeghuizen massaal rekruteren in Manilla of Athene. Het overgrote deel van deze mensen woonde al in Nederland: partners van kenniswerkers, EU-burgers die vrij kunnen reizen, mensen met een verblijfsvergunning die de zorg instromen omdat er werk is. Volgens het CBS is de groei bovendien ongeveer even sterk onder mensen met een herkomst binnen de EU als daarbuiten. Actieve werving is de uitzondering, geen regel.
Zorgpersoneel uit het buitenland: hoe staat Nederland ervoor?
Internationaal gezien loopt Nederland ver achteraan. Van de verpleegkundigen hier is 7 procent in het buitenland geboren, tegen 19 procent in Duitsland en 28 procent in het Verenigd Koninkrijk. Bij artsen is het verschil kleiner maar nog steeds duidelijk: 16 procent in Nederland, 22 in Duitsland, 41 in het VK. Nog scherper: slechts 1,5 procent van de verpleegkundigen in het BIG-register haalde het diploma buiten Nederland. ING wijst op Ierland, waar meer dan de helft van de verpleegkundigen van elders komt.
Waarom werkgevers de stap niet zetten
Het UWV vroeg werkgevers zonder buitenlandse werving naar hun redenen. De antwoorden zijn opvallend praktisch — het gaat zelden over onwil en bijna altijd over uitvoering.
Taal is met afstand reden nummer één
61 procent noemt taal- en communicatieproblemen. Dat is in de zorg geen detail: een overdracht, een medicatiecontrole of een gesprek met een verward familielid loopt volledig op nuance. Tegelijk laat de praktijk zien dat het kan. EenVandaag sprak onder meer met een Griekse verpleegkundige die in een Nederlands ziekenhuis werkt, en met wervers van Zuyderland in Limburg, waar patiënten na aanvankelijke scepsis tevreden bleken.
Diploma's die niemand durft te beoordelen
24 procent zegt buitenlandse kwalificaties niet goed te kunnen inschatten, en 21 procent loopt vast op de eisen voor beroepstoegang. Een hr-afdeling van een middelgrote thuiszorgorganisatie heeft simpelweg niemand in huis die kan bepalen wat een Filipijns of Roemeens diploma waard is aan het Nederlandse bed.
De rekening komt vóór de opbrengst
Taalcursus, huisvesting, begeleiding en een BIG-traject kosten geld en tijd voordat iemand zelfstandig kan werken. Voor een organisatie die nu al roosters niet rondkrijgt, voelt dat als investeren met een team dat er nog niet is. Dat is precies de reden waarom vooral gespecialiseerde bureaus dit werk doen.
Wat er zou moeten veranderen
ING-sectoreconoom Jan Willem Spijkman noemt arbeidsmigratie geen wondermiddel, maar wel een noodzakelijk deel van de oplossing. Zijn boodschap: maak de route voorspelbaar in plaats van elk bedrijf het wiel te laten uitvinden. Vier dingen komen steeds terug:
- Snellere erkenning van buitenlandse diploma's
- Heldere, uniforme taaleisen per functie
- Goede begeleiding op de werkvloer, niet alleen bij de start
- Duidelijke routes naar BIG-registratie
De urgentie neemt intussen toe. Het ziekteverzuim in de zorg stond in het eerste kwartaal van 2026 op 9,9 procent en er staan 42 vacatures open per 1.000 zorgmedewerkers. Het vacaturepercentage in zorg en welzijn ligt hier op 4,1 procent, terwijl acht andere Europese landen onder de 1 procent blijven. De instroom van kennismigranten daalde sinds 2022 met 40 procent — Nederland wordt dus niet vanzelf aantrekkelijker.
Wat je hiervan gaat merken
Werk je in de zorg, dan is de kans groot dat begeleiden van nieuwe collega's een groter deel van je week wordt; vraag bij een nieuwe baan concreet hoeveel inwerktijd daarvoor is ingeroosterd. Zoek je zelf werk in de sector, dan zijn taal en een erkend diploma je twee belangrijkste troeven — belangrijker dan ervaring. En als gebruiker van zorg: let de komende jaren op de wachttijden in de ouderenzorg. Daar valt het gat het eerst, en daar wordt de keuze om wel of niet over de grens te kijken het snelst zichtbaar.
Comments 0