Aan afhaal- en bezorgmaaltijden gaat 3 van elke 100 euro

Het aandeel van bezorgen en afhalen in het huishoudbudget is sinds 2015 bijna verdubbeld, en dat werkt door in het inflatiecijfer waarop lonen en pensioenen worden aangepast.

Aan afhaal- en bezorgmaaltijden gaat 3 van elke 100 euro

Van elke 100 euro die een Nederlands huishouden uitgeeft, gaat er inmiddels ruim 3 euro naar afhaal- en bezorgmaaltijden. In 2015 was dat nog 1,60 euro. Bijna een verdubbeling dus, en dat klinkt als iets voor statistici. Maar het betekent dat het maandelijkse inflatiecijfer steeds meer wordt meebepaald door wat een pizza aan de deur kost.

De Nederlandsche Bank keek naar de directe bijdrage van die maaltijden aan de landelijke inflatie. In 2020 was die verwaarloosbaar: 0,1 procentpunt. In 2023 was het 0,35 procentpunt. Zet dat naast de inflatie van 3,8 procent die het CBS voor 2023 rapporteerde, en je ziet dat afhalen en bezorgen bijna een tiende van het hele cijfer voor hun rekening namen.

Waarom je dat zou moeten interesseren? Omdat de consumentenprijsindex geen abstract getal is. Cao-onderhandelaars gebruiken hem, pensioenfondsen kijken ernaar bij indexatie, huurverhogingen en uitkeringen hangen eraan vast. Wat zwaarder weegt in het mandje, weegt uiteindelijk zwaarder in je loonstrook.

Van 1,60 euro naar ruim 3 euro per 100

De omslag begon tijdens corona. Restaurants gingen dicht, bezorgapps groeiden hard, en veel mensen bleven het daarna gewoon doen. Dat is precies wat je in de bestedingscijfers terugziet: geen tijdelijke piek die weer wegzakt, maar een nieuw niveau. Het CBS baseert de gewichten in het inflatiemandje op wat huishoudens werkelijk uitgeven, dus die gewoonte sijpelt vanzelf door in de statistiek.

Wat afhaal- en bezorgmaaltijden met het cijfer doen

Een gewicht van 3 procent lijkt klein naast wonen of boodschappen. Maar de bijdrage aan inflatie is gewicht keer prijsstijging. Gaat een categorie van 3 procent van het budget met 8 procent omhoog, dan levert dat in je eentje al bijna een kwart procentpunt inflatie op. Bij een inflatie van 2,4 procent, zoals het CBS in januari meldde, is dat geen ruis meer.

Aan afhaal- en bezorgmaaltijden gaat 3 van elke 100 euro

Hoe het CBS het mandje opnieuw indeelde

Sinds dit jaar rekent het CBS met een vernieuwde indeling van goederen en diensten. Statistisch onderzoekers Cees van der Vlis en Hugo de Bondt en projectleider Koen Link lichtten de wijzigingen toe. De rode draad: het mandje moet lijken op hoe Nederlanders nu leven, niet op hoe ze vijftien jaar geleden leefden.

Fax eruit, clouddiensten erin

Faxdiensten zijn uit de classificatie geschrapt — niemand betaalt er nog voor. Clouddiensten zijn juist toegevoegd, net als streamingdiensten en afhaalmaaltijden als voorbeelden van veranderde consumptie. Het is een aardige graadmeter van hoe snel een huishoudbudget van vorm verandert.

Bezorgkosten krijgen een eigen post

De meest veelzeggende aanpassing: bezorgkosten zijn nu een aparte groep. Voorheen zaten ze verstopt onder meubelen. Dat het CBS ze losknipt, zegt genoeg over hoe groot die post is geworden — bezorgen is geen bijkomstigheid meer bij een aankoop, maar een dienst waar mensen apart en substantieel voor betalen.

Nieuw basisjaar: 2025 in plaats van 2015

Het referentiejaar schuift van 2015=100 naar 2025=100. Puur technisch, maar wel handig om te weten als je oude en nieuwe reeksen naast elkaar legt: indexcijfers uit beide series zijn niet zomaar vergelijkbaar zonder herberekening.

Waarom bezorgen sneller duurder wordt dan uit eten

Volgens DNB stegen de prijzen van afhalen en bezorgen na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne harder dan die van traditionele restaurants. Logisch, als je de kostenstapel uitpakt. Bij een bezorgmaaltijd betaal je niet alleen het eten:

  • de keuken, met dezelfde duurdere ingrediënten en lonen als elk restaurant;
  • de commissie die het platform bij de zaak in rekening brengt;
  • bezorgkosten en servicekosten die apart op je bon staan;
  • verpakking, die de laatste jaren fors duurder werd.

Ter vergelijking: restaurants en cafés waren in 2023 gemiddeld 8,8 procent duurder dan een jaar eerder, aldus het CBS. Bij bezorging komen daar dus nog eens lagen bovenop die een zittende gast niet betaalt. Dat verklaart waarom dezelfde maaltijd thuis vaak sneller in prijs oploopt dan aan tafel.

Wat dit betekent voor je eigen boodschappenmandje

De officiële inflatie is een gemiddelde over alle huishoudens. Bestel je nooit, dan ligt jouw persoonlijke inflatie onder het landelijke cijfer; bestel je twee keer per week, dan zit je erboven. Het CBS publiceert een dashboard consumentenprijzen waarmee je per categorie kunt zien welke prijzen bewegen. Wie wil weten waar zijn geld heen lekt, kijkt beter naar zijn eigen bankafschrift dan naar het landelijke percentage.

Let de komende maanden vooral op twee dingen: of de bijdrage van afhalen en bezorgen na 2023 verder is opgelopen, en wat de nieuwe aparte post bezorgkosten laat zien zodra daar een jaar aan cijfers onder ligt. En heel praktisch: tel bij je volgende bestelling de bezorg- en servicekosten eens op bij de prijs van het eten. Dat getal, niet het menubedrag, is wat het CBS uiteindelijk meet.