Waarom Duitse investeringen in Amerika bijna stilvallen

Duitse bedrijven staken nauwelijks nog nieuw geld in de Verenigde Staten — en dat zegt ook iets over de positie van Nederlandse exporteurs.

Waarom Duitse investeringen in Amerika bijna stilvallen

Duitse investeringen in Amerika kwamen in de eerste helft van 2026 uit op 4,3 miljard euro, het laagste halfjaarcijfer sinds 2023. Dat blijkt uit berekeningen van het Duitse economische instituut IW op basis van cijfers van de Bundesbank, waarover persbureau Reuters bericht. Tegenover dezelfde periode een jaar eerder is dat een daling van bijna twee derde.

Het getal wordt pas echt hard als je verder terugkijkt. Vergeleken met de eerste zes maanden van 2024 ligt het bedrag zo'n 80 procent lager. En in de vijf jaar vóór corona staken Duitse bedrijven in een gemiddeld eerste halfjaar 15,8 miljard euro in Amerikaanse dochters, fabrieken en overnames. Wat er nu overblijft is dus ruwweg een kwart daarvan.

Voor een lezer in Nederland is dit geen ver-van-mijn-bedshow. Duitsland is onze grootste handelspartner, en talloze Nederlandse toeleveranciers hangen aan Duitse productieketens. Als Duitse concerns hun Amerikaanse uitbreidingsplannen in de ijskast zetten, verdwijnen daar ook orders mee die nooit als "Nederlands verlies" in een statistiek terechtkomen.

Hoe diep is de val precies?

4,3 miljard euro is ongeveer 5 miljard dollar. Dat klinkt nog altijd als veel geld, maar het is het soort bedrag waar één stevige fabrieksuitbreiding of één middelgrote overname al doorheen gaat. De cijfers meten netto directe investeringen: nieuw kapitaal dat de grens over gaat, plus winst die ter plekke opnieuw wordt ingezet, min wat er wordt teruggehaald.

Dat onderscheid is belangrijk, want de herinvesteringen houden zich volgens het IW redelijk staande. Duitse bedrijven halen nog steeds geld uit hun Amerikaanse activiteiten en laten een deel daar staan. Wat wegvalt, zijn de nieuwe verplichtingen: het besluit om ergens in Texas of Ohio daadwerkelijk de eerste paal te slaan. Amerika is niet onaantrekkelijk geworden — er wordt alleen niets meer bijgebouwd.

Waarom Duitse investeringen in Amerika opdrogen

Volgens IW-onderzoeker Samina Sultan zet de neergang door die zichtbaar is sinds het begin van Donald Trumps tweede termijn in januari 2025. Het probleem is minder de hoogte van de heffingen dan de vraag hoe lang ze blijven staan. Drie dingen spelen daarbij door elkaar heen.

Een tarief dat elk kwartaal weer ter discussie staat

Trump gebruikt aangekondigde en ingevoerde importheffingen als onderhandelingsmiddel om concessies af te dwingen. Voor een bedrijf dat een fabriek van tien of vijftien jaar afschrijft, is dat gif. Je kunt met 15 procent heffing rekenen, en zelfs met 50 procent. Wat je niet kunt, is rekenen met een percentage dat over acht maanden alles kan zijn.

Het akkoord van 2025 haalde de onzekerheid er niet uit

De EU en de VS sloten in 2025 een handelsakkoord met een algemene heffing van 15 procent op de meeste Europese goederen — bedoeld om zwaardere maatregelen te voorkomen. Staal en aluminium bleven op 50 procent staan. Brussel probeert de 15 procent inmiddels van tafel te krijgen voor zo'n 150 miljard euro aan export. Een gezamenlijke verklaring uit augustus 2025 hield de deur op een kier voor terugkeer naar de oude niveaus van gemiddeld ongeveer 3,3 procent voor ketenkritische goederen. Dat is nog altijd niet geregeld.

De 600 miljard dollar die op papier staat

Als onderdeel van datzelfde akkoord zegde de EU toe voor 600 miljard dollar in de Verenigde Staten te investeren. De IW-cijfers laten zien wat zo'n politieke belofte waard is als bedrijven zelf beslissen: Brussel kan geen enkele Duitse directie dwingen een cheque uit te schrijven. De toezegging en de werkelijkheid bewegen op dit moment in tegengestelde richting.

Waarom Duitse investeringen in Amerika bijna stilvallen

Wat het betekent voor Nederlandse bedrijven

Nederlandse exporteurs vallen onder exact hetzelfde regime. Ondernemersorganisatie VNO-NCW noemde het handhaven van de heffing van 50 procent op staal en aluminium eerder van "enorme impact" op de bedrijven in die sector. Wie halffabricaten levert aan Duitse klanten die op hun beurt naar Amerika exporteren, voelt de rem twee keer: één keer aan de grens, en één keer via een klant die zijn groeiplannen uitstelt.

Tegelijk zit er een keerzijde aan. Kapitaal dat niet naar Ohio gaat, verdwijnt niet. Het blijft in Europa, of het gaat naar Azië. Voor Nederlandse regio's met een sterke maakindustrie en logistiek is dat op termijn eerder kans dan bedreiging — mits investeerders geloven dat de Europese vergunningverlening en energieprijzen wél voorspelbaar zijn.

Waar u de rest van 2026 op moet letten

Dit ene halfjaarcijfer is een momentopname, en directe investeringen schommelen nu eenmaal hard: één grote overname kan een kwartaal in zijn eentje optillen. De trend is inmiddels wel anderhalf jaar oud, en dat maakt het meer dan ruis. Drie signalen bepalen of het draait:

  • Komt er een concrete verlaging van de 15 procent voor ketenkritische producten, of blijft het bij verkennen?
  • Blijft het staaltarief van 50 procent staan als de EU-VS-gesprekken vastlopen?
  • Trekken de herinvesteringen mee omlaag? Dan verlaten Duitse bedrijven de Amerikaanse markt écht, en niet alleen hun uitbreidingsplannen.

Werkt u bij een toeleverancier met Duitse of Amerikaanse afnemers, kijk dan nu al of uw orderboek voor 2027 leunt op projecten die nog niet definitief zijn gegund. Dat is precies het type opdracht dat als eerste sneuvelt wanneer een concern besluit nog een half jaar te wachten. Het volgende IW-cijfer volgt begin 2027 — de kwartaalcijfers van de grote Duitse industriebedrijven geven eerder uitsluitsel.